Delen is niet economisch! 

29 november 2014 Inspiratie, Lol 0 Comments

Het begrip ‘samen delen’ suggereert een bepaalde saamhorigheid. Je zou daarom verwachten dat de opkomst van de deeleconomie een belangrijke stap voorwaarts is in de zoektocht naar een nieuw economisch systeem waarin competitie plaats maakt voor co-existentie. Toch lijkt die deeleconomie op dit moment eerder verdeeldheid te zaaien dan saamhorigheid te kweken. Hoe komt dat?

Bij het werkwoord delen denk ik in de eerste plaats aan een kind dat een snoepje deelt met zijn vriendje. Of aan een primitieve stam ergens diep in de jungle waar men zich ten volle bewust is van de vergankelijkheid van het leven en zich realiseert dat iedere vorm van bezit een illusie is en dat co-existentie de beste garanties geeft om te overleven.

Dat gevoel van saamhorigheid ervaar ik niet in de media als het gaat over de deeleconomie. Zo wordt er geklaagd over wet- en regelgeving die ongewenste ontwikkelingen mogelijk maakt en gewenste ontwikkelingen zou belemmeren, verdedigen boze taxichauffeurs hun machtspositie met hand en tand, maken steden zich zorgen over al dan niet legale kamerverhuur… De deeleconomie dwingt ons bestaande systemen onder de loep te nemen en opnieuw te definiëren. En dat gaat gepaard met onrust. Met felle tegenstanders maar ook met devote aanhangers. Want tegelijk is er ongelofelijk veel positiefs te melden over de deeleconomie. Die positieve ontwikkelingen blijven echter vrijwel onzichtbaar. Per saldo krijg ik het gevoel dat de deeleconomie niet helemaal serieus genomen wordt. Afgedaan wordt als een hype voor idealistische hipsters.

Dat we nogal worstelen met dit nieuwe fenomeen heeft in mijn optiek vooral te maken heeft met het feit dat economen zich geen raad weten met de deeleconomie. Sterker nog; het begrip deeleconomie is een contradictie want delen is helemaal niet economisch!

Om dat te begrijpen moeten we even een economische bril opzetten. De economische wetenschap is gebaseerd op de imaginaire homo economicus. De consument is een rationeel denkend mens dat streeft naar maximaal ‘nut’ en een ondernemer is iemand die zo efficiënt mogelijk arbeid en machines inschakelt om zijn winst te kunnen maximaliseren. Binnen dit archaïsche denkraam is economisch handelen per definitie rationeel, gericht op eigenbelang en is delen een ‘zero-sum-game’: wat ik weggeef aan een ander kan ik zelf niet meer consumeren en draagt dus niet bij aan mijn nut.

Dit gaat voorbij aan twee dingen. In de eerste plaats kan ik wel degelijk ‘nut’ ontlenen aan het weggeven van bepaalde zaken. Dat is echter niet in geld uit te drukken dus blijft het onder de economische radar. Ten tweede is delen lang niet altijd hetzelfde als weggeven. Als het gaat om het delen van overcapaciteit is delen helemaal geen zero sum game. Als ik mijn auto, die 85% van de tijd stilstaat, ga delen met drie andere mensen op momenten dat ik hem zelf niet nodig heb, lever ik zelf niets in terwijl drie andere consumenten ineens kunnen beschikken over een auto. Die drie kersverse ‘autobezitters’ gaan er op vooruit in het leven. Hun welvaart neemt toe dankzij de deeleconomie. Maar ook dit blijft onder de economische radar.

Volgens economen kan de individuele welvaart namelijk alleen toenemen als de collectieve welvaart groeit of als de bestaande welvaart anders verdeeld wordt. En van geen van beide is hier sprake. Er heeft geen herverdeling van welvaart plaatsgevonden want mijn welvaart neemt niet af door het beschikbaar stellen van mijn auto. Ook de totale welvaart in Nederland is niet toegenomen want er is geen sprake van een toename van het Bruto Nationaal Product. En dan is er volgens economen geen sprake van groei en dus geen sprake van toegenomen welvaart. Delen is volgens economen dus geen economie!

Nu staat die maatstaf van het BNP al jaren ter discussie. Het is een bedenksel van de econoom Simon Kuznets die in opdracht van de Amerikaanse overheid in de jaren ’30 een maatstaf bedacht om te kunnen meten in welke mate de Amerikaanse economie de crisis van 1929 te boven was gekomen. Zelf gaf hij al aan dat het een beperkt instrument was en nooit bedoeld was om welvaart te meten. Hoewel er verschillende alternatieve maatstaven bestaan (zoals het Bruto Nationaal Geluk of de Social Progress Index) die ook de dingen meten die er werkelijk toe doen in het leven, blijven wij vasthouden aan het BNP als graadmeter voor het functioneren van onze samenleving. En daarin is geen plaats voor de deeleconomie.

Als premier Rutte verslag doet van de, al dan niet tegenvallende, economische groei dan vergeet hij dus te melden dat steeds meer mensen in Nederland hun persoonlijke welvaart vergroten door deel te nemen aan de deeleconomie. Dat is een gemiste kans in een economie die smacht naar herstel van consumentenvertrouwen. Maar bovenal is het een gemiste kans voor een lineaire economie die moet transformeren naar een circulaire economie die op duurzame wijze omgaat met de gelimiteerde voorraad grondstoffen waarmee straks 9 miljard inwoners van deze planeet hun persoonlijke welvaart en welzijn op peil willen brengen en houden.

In die transitie zou de deeleconomie wel eens het ei van Columbus kunnen zijn. Een alternatieve manier van economisch handelen die ons in staat stelt om meer te doen met minder. Maar het zal ongetwijfeld nog wel wat discussie vergen voordat iedereen daarvan overtuigd is. Tot die tijd blijven we dan maar onder de economische radar…

0 Comments

Wil je je mening delen?

Je email adres wordt niet gepubliceerd.

Geef een antwoord